Harm Renkema  spreker & trainer

In verbondenheid zaaien, gezamenlijk groeien om als mens tot bloei te komen en vrucht te dragen

De ruimte tussen hoe het is en hoe het zijn zal. 

In mijn vorige blog vertelde ik dat ik een schoenendoos vol brieven heb gekregen van een goede vriend. De afgelopen weken heb ik een poging gedaan om enkele brieven te lezen. Ik schrijf bewust dat ik een poging heb gedaan om ze te lezen want op één of andere manier kost het me moeite om brieven van mijzelf van jaren geleden te lezen. Deze brieven nemen mij mee, terug naar een andere tijd. Ik lees de gedachten, de gevoelens, de vragen en de verlangens van mijzelf ruim 26 jaren geleden en tegelijkertijd weet ik hoe het verhaal en het leven verder gegaan zijn. Hierdoor bevind ik mij bijna in de positie van iemand die alwetend is omdat ik nu met een terugwerkende kracht naar deze jongeman kan kijken. Ik weet hoe de nabije toekomst voor hem eruit gaat zien. Welke vrienden hij gaat maken en welke vrienden hij weer zal verliezen. Hoe hij zijn diploma haalt en hoe hij werk zoekt en krijgt. Ik weet dat deze vader van twee kinderen samen met zijn echtgenote nog twee kinderen zal krijgen. Ik weet ook welke verdrietige dingen ze zullen meemaken. De dromen die wonderwel vervult zullen worden en de ambities die verloren gingen. Ik weet wat er aan vooraf ging en ik weet hoe het verder zal gaan. Dit is een bijzondere ervaring. Ook een bijzonder vermoeiende ervaring trouwens. Ik merk dat het me zelfs een beetje duizelt als ik de eerste twee brieven gelezen heb. Het is niet eenvoudig om alwetend te zijn. 

Onlangs stond er op een labeltje van een theezakje de volgende vraag: “Zou je liever het verleden veranderen of de toekomst zien?” Ik moet zeggen dat ik dit soort vragen bij het ontbijt soms best wel confronterend vind. Tegelijkertijd zetten ze je wel aan het denken. Op deze specifieke vraag heb ik trouwens geen antwoord kunnen geven. Dit is wat mij betreft een onmogelijke vraag. Want het verleden heeft mij gemaakt tot de persoon die ik nu ben en ondanks dat ik regelmatig ontevreden ben over mijzelf heb ik geen idee wat er zou kunnen gebeuren als ik nu het verleden zou kunnen veranderen. Natuurlijk zijn er gebeurtenissen in het verleden die ik liever niet had meegemaakt. Of nog erger, natuurlijk zijn er dingen gebeurt waar ik niet heel erg trots op ben en dus wel zou willen deleten. Maar deze gebeurtenissen hebben mij wel gevormd. “In het verleden ligt het heden in het nu wat worden zal” (Bilderdijk). Tegelijkertijd lijkt het mij ook verre van ideaal als ik de toekomst nu al zou kunnen zien. Volgens mij is het kennen van de toekomst de dood in de pot voor creativiteit. Onwetendheid maakt een mens creatief! 

Er zijn trouwens wel bepaalde zaken met betrekking tot de toekomst waar ik behoorlijk zeker van ben. Eentje is wellicht enigszins treurig en beangstigend en de ander is vreugdevolle manier geruststellend. Ik weet zeker dat ik vroeg of laat zal sterven.  Dit vind ik toch wel een treurige zekerheid. Daarnaast heb ik een soort basis vertrouwen dat ik hoe dan ook bij God zal zijn. Met Paulus durf ik te zeggen: “of wij nu leven of sterven wij zijn van de Heer.” (Romeinen 14:8). Voor mij is dit een bijzonder geruststellende zekerheid. 

Maar goed in de tussentijd blijft er veel open staan en dat is mooi! Ik houd namelijk wel van open en lege ruimtes want die kunnen nog gevuld worden. Vanmiddag moest ik ineens weer aan het begrip ‘liminele ruimte’ denken. Een begrip dat gebruikt wordt in veranderingsprocessen. Ik kwam het een tijd terug voor het eerst tegen in een artikel over transformatie processen bij organisaties. Er werd gesproken over fasen in verandering, over het loslaten van het oude en het op zoek gaan naar het nieuwe. De reis van hoe het nu is naar hoe het zijn zal. Maar dit proces bestaat niet uit twee fasen maar uit drie fasen. Een belangrijke fase is namelijk de fase van het “ondertussen” oftewel “liminaliteit”. Het oude is voorbij en het nieuwe is nog niet gekomen. Ik weet dat ik het verleden niet kan veranderen en ik realiseer mij heel goed dat ik niet in de toekomst kan kijken. Ik sta nu in een open landschap waar bijzonder veel ruimte is. Ruimte om te verlangen, ruimte om te creëren, ruimte voor het geschenk dat wij vaak toeval noemen, ruimte om de ander te ontmoeten!  Ik kan het verleden niet veranderen maar ik kan er wel voor kiezen om het los te laten. Ik kan niet in de toekomst zien maar ik kan wel leren om ruimte te scheppen om het nieuwe met open handen te ontvangen. 

Gebed, stil-zijn voor God is voor mij een manier geworden om ruimte te creëren. Het is grappig dat ik dit eigenlijk al jaren weet. Tot mijn verrassing las ik in één van mijn brieven uit 1991 het volgende: “Uiteindelijk is ons hart de plek waarin ik God maar ook mijn medemens ontmoet. Als daar rust en ruimte is, kan ik meer openstaan voor dat wat er op mij weg komt.”

Terwijl ik mijn eigen woorden lees besef ik dat ik hiermee eigenlijk beschrijf dat gebed en vooral het stil-zijn voor God het creëren van een liminele ruimte is. Even een moment waarbij ik dat wat ik weet probeer los te laten en niet van alles buiten mijzelf probeer te zoeken maar mijn handen en mijn hart vrijmaak om het nog niet bekende te ontvangen. Met mijn ogen dicht ga ik dingen zien die tot dan onzichtbaar waren en met mijn handen open mag ik oefenen in het ontvangen. Een dagelijkse portie stilte en even een moment helemaal niets helpt mij om werkelijk te ont-moeten! En soms mag ik ervaren dat ik na een kwartiertje stilte met andere ogen naar de werkelijkheid kijk. Wat een ont-dekking! Heerlijk om te zijn in de ruimte tussen hoe het is en hoe het zijn zal. 

"De ware ontdekkingsreis is niet het zoeken van nieuwe vergezichten, maar het kijken met andere ogen.” (Marcel Proust)