Harm Renkema  spreker & trainer

In verbondenheid zaaien, gezamenlijk groeien om als mens tot bloei te komen en vrucht te dragen

De 4e Musketier - Een beweging van zachte kracht!

21-01-2018

Het is zaterdag 20 januari 2018, ik sta langs één van de wanden van een enorme hangar op Vliegveld Twente. In hangar 11 staan vandaag geen gevechtsvliegtuigen die operationeel zijn maar er zijn wel ruim 1300 enthousiaste en verwachtingsvolle mannen die helemaal klaar staan voor wat komen gaat! Voorin de zaal staan op het grote podium drie flinke schermen waarop indrukwekkende beelden voorbij flitsen. Hoogtepunten van 10 jaar 4e Musketier! Ik zie mannen met fakkels in een donker bos in de Belgische Ardennen, mannen die in een lang lint achter elkaar aan een berg opklimmen in de Schotse Hooglanden, ik zie kleine tentjes in de sneeuw en kerels die elkaar lachend op de schouders slaan. Ik zie ook mannen en vrouwen die huilend en strompelend over de finish komen in Uganda. Ik zie dansende kinderen en ontroerde ouderen die de Muskathleten toejuichen en aanmoedigen. Wandelaars die diep in de nacht starten met de tocht van hun leven! Herinneringen, gedachten en gevoelens tuimelen over elkaar heen. Ik merk dat deze beelden met diep raken. Met kippenvel op mijn armen en vochtige ogen aanschouw ik deze beeldende start van het jaarlijkse Event van de 4e Musketier. 

Januari 2012, ik ben door mijn schoonzoon Luuk en wandelvriend Daniel uitgenodigd om mee te gaan naar het event van de 4e Musketier ergens in Twente. Ik herinner mij dat ik met enigszins ambivalente gevoelens dit mannen fenomeen waarnam. Mijn echtgenote Riemke had mij al eens geattendeerd op deze organisatie. Maar met een bijbel in de hand door een rivier lopen leek mij in eerste instantie niet zo heel handig. Maar mijn scepsis maakte in de loop van de dag plaats voor verbazing en een grote nieuwsgierigheid. Toen ik ’s avonds naar huis reed wist ik zeker dat ik me hoe dan ook ging opgeven voor een zogenaamd Karakterweekend in de Ardennen. 

De 4e Musketier bestaat tien jaar. Een vrienden initiatief die het leven van duizenden mannen en daarmee ook duizenden vrouwen en kinderen gigantisch op de kop gezet heeft. Een beweging van Gods Geest door mannenvriendschappen heen. Jezus noemt zijn leerlingen op een bepaald moment zijn vrienden. Dit is de manier waarop God werkt! Hij werkt door vriendschapsrelaties heen. Soms hoor je ouders wel eens zeggen dat hun kind teveel beïnvloed wordt door vrienden. Hun eigen kind is zo slecht nog niet, maar ja hij heeft verkeerde vrienden. Wat ik bij de 4e Musketier zie is het tegenovergestelde. Allemaal hele gewone kerels die op een of andere manier tot hele bijzondere daden komen doordat ze beïnvloed worden door vrienden. Deze vriendschapsbeweging heeft bij mij een heilige onrust teweeggebracht die voorlopig nog niet te stoppen is! 

Tijdens het avondprogramma nemen we afscheid van drie van de pioniers van de beweging. Henk Stoorvogel vertelt zichtbaar ontroerd hoe dankbaar hij is voor de avonturen die ze met elkaar beleefd hebben. Op de achtergrond zie ik een grote groep mannen die getuige zijn van dit kwetsbare moment. Het minutenlange applaus en de staande ovatie laat zien dat niet alleen Henk dankbaar is. Dit groepje leiders weet maar half hoeveel invloed ze hebben gehad op de levens van mannen. De vriendschap van deze mannen is een zegen die nog heel lang doorwerkt! 

Ik herinner me dat ik destijds best wel even twijfelde of zou meegaan naar deze ‘mannendag’ in Twente. Wat ben ik blij dat ik dit wel gedaan heb. Wat een geluk dat Gods Geest mij destijds heeft verleid om me aan te melden. Hij zag namelijk toen al de beelden die ik vanmiddag weer in een flits voorbij zag komen. Hij zag mij lopen in de regen in de Ardennen, hij zag de vriendschappen die daardoor zouden ontstaan. Hij zag dat de ‘kleine jongen’ in mij eindelijk mocht ervaren dat hij ook door kerels geliefd en gewaardeerd word! Hij zag de volwassen man die het aandurft om als spreker op te staan en Gods woord te gaan delen. Ik denk aan de spreekbeurten en de ontmoetingen op de meest bijzondere locaties; op een berg in Schotland; bij een vervallen boshut in de stille bossen van Noorwegen; midden in de nacht bij een ijskoud meer in de Schotse Hooglanden; tussen de muren van een eeuwenoud kasteel en angstig zwetend op een steile klif op Kreta. God zag de uren van wandelen en hardlopen voor gerechtigheid; de ontmoetingen met zoveel mooie mensen en de ongelofelijke avonturen die ik mee mocht maken. Het moment dat Riemke en ik voor het eerst ons sponsorkind Rodgers omarmen. Het moment waarop we het breed lachende gezicht van onze sponsordochter Esther opnieuw zien! Wat een belevenissen! Aan de ene kant de confrontatie met armoede en onrecht en tegelijkertijd de enorme schoonheid van de Afrikaanse natuur. Barrières en blokkades zijn geslecht en angsten overwonnen, mijn onzekere kant is bemoedigd, mijn avontuurlijke kant uitgedaagd en mijn scepsis is voorgoed verandert in verwondering! 

Tijdens het avondprogramma spreekt Jeroen, de leider van de Kingsmen (het Rooms Katholieke broertje van de 4e Musketier) over ‘zachte kracht’. Wat is dit een mooie uitdrukking en wat past deze uitdrukking goed bij de 4e Musketier.  Zachte kracht in plaats van passieve zachtheid of dominante kracht. Een paar jaar geleden typeerde ik de 4e Musketier als een beweging van kwetsbare helden. Dit sluit helemaal aan bij het begrip ‘zachte kracht’. Het is mijn verlangen en mijn wens dat ik deze beweging van ‘zachte kracht’ nog jaren mag dienen. Een beweging die mannen helpt op op een mooie manier meer man te worden. Een beweging die ons uitnodigt en uitdaagt om deze zachte kracht in onszelf te ontdekken, te verdiepen en te versterken!

Voor meer informatie over de 4e Musketier klik hier!

Lees verder

De ruimte tussen hoe het is en hoe het zijn zal. 

12-01-2018

In mijn vorige blog vertelde ik dat ik een schoenendoos vol brieven heb gekregen van een goede vriend. De afgelopen weken heb ik een poging gedaan om enkele brieven te lezen. Ik schrijf bewust dat ik een poging heb gedaan om ze te lezen want op één of andere manier kost het me moeite om brieven van mijzelf van jaren geleden te lezen. Deze brieven nemen mij mee, terug naar een andere tijd. Ik lees de gedachten, de gevoelens, de vragen en de verlangens van mijzelf ruim 26 jaren geleden en tegelijkertijd weet ik hoe het verhaal en het leven verder gegaan zijn. Hierdoor bevind ik mij bijna in de positie van iemand die alwetend is omdat ik nu met een terugwerkende kracht naar deze jongeman kan kijken. Ik weet hoe de nabije toekomst voor hem eruit gaat zien. Welke vrienden hij gaat maken en welke vrienden hij weer zal verliezen. Hoe hij zijn diploma haalt en hoe hij werk zoekt en krijgt. Ik weet dat deze vader van twee kinderen samen met zijn echtgenote nog twee kinderen zal krijgen. Ik weet ook welke verdrietige dingen ze zullen meemaken. De dromen die wonderwel vervult zullen worden en de ambities die verloren gingen. Ik weet wat er aan vooraf ging en ik weet hoe het verder zal gaan. Dit is een bijzondere ervaring. Ook een bijzonder vermoeiende ervaring trouwens. Ik merk dat het me zelfs een beetje duizelt als ik de eerste twee brieven gelezen heb. Het is niet eenvoudig om alwetend te zijn. 

Onlangs stond er op een labeltje van een theezakje de volgende vraag: “Zou je liever het verleden veranderen of de toekomst zien?” Ik moet zeggen dat ik dit soort vragen bij het ontbijt soms best wel confronterend vind. Tegelijkertijd zetten ze je wel aan het denken. Op deze specifieke vraag heb ik trouwens geen antwoord kunnen geven. Dit is wat mij betreft een onmogelijke vraag. Want het verleden heeft mij gemaakt tot de persoon die ik nu ben en ondanks dat ik regelmatig ontevreden ben over mijzelf heb ik geen idee wat er zou kunnen gebeuren als ik nu het verleden zou kunnen veranderen. Natuurlijk zijn er gebeurtenissen in het verleden die ik liever niet had meegemaakt. Of nog erger, natuurlijk zijn er dingen gebeurt waar ik niet heel erg trots op ben en dus wel zou willen deleten. Maar deze gebeurtenissen hebben mij wel gevormd. “In het verleden ligt het heden in het nu wat worden zal” (Bilderdijk). Tegelijkertijd lijkt het mij ook verre van ideaal als ik de toekomst nu al zou kunnen zien. Volgens mij is het kennen van de toekomst de dood in de pot voor creativiteit. Onwetendheid maakt een mens creatief! 

Er zijn trouwens wel bepaalde zaken met betrekking tot de toekomst waar ik behoorlijk zeker van ben. Eentje is wellicht enigszins treurig en beangstigend en de ander is vreugdevolle manier geruststellend. Ik weet zeker dat ik vroeg of laat zal sterven.  Dit vind ik toch wel een treurige zekerheid. Daarnaast heb ik een soort basis vertrouwen dat ik hoe dan ook bij God zal zijn. Met Paulus durf ik te zeggen: “of wij nu leven of sterven wij zijn van de Heer.” (Romeinen 14:8). Voor mij is dit een bijzonder geruststellende zekerheid. 

Maar goed in de tussentijd blijft er veel open staan en dat is mooi! Ik houd namelijk wel van open en lege ruimtes want die kunnen nog gevuld worden. Vanmiddag moest ik ineens weer aan het begrip ‘liminele ruimte’ denken. Een begrip dat gebruikt wordt in veranderingsprocessen. Ik kwam het een tijd terug voor het eerst tegen in een artikel over transformatie processen bij organisaties. Er werd gesproken over fasen in verandering, over het loslaten van het oude en het op zoek gaan naar het nieuwe. De reis van hoe het nu is naar hoe het zijn zal. Maar dit proces bestaat niet uit twee fasen maar uit drie fasen. Een belangrijke fase is namelijk de fase van het “ondertussen” oftewel “liminaliteit”. Het oude is voorbij en het nieuwe is nog niet gekomen. Ik weet dat ik het verleden niet kan veranderen en ik realiseer mij heel goed dat ik niet in de toekomst kan kijken. Ik sta nu in een open landschap waar bijzonder veel ruimte is. Ruimte om te verlangen, ruimte om te creëren, ruimte voor het geschenk dat wij vaak toeval noemen, ruimte om de ander te ontmoeten!  Ik kan het verleden niet veranderen maar ik kan er wel voor kiezen om het los te laten. Ik kan niet in de toekomst zien maar ik kan wel leren om ruimte te scheppen om het nieuwe met open handen te ontvangen. 

Gebed, stil-zijn voor God is voor mij een manier geworden om ruimte te creëren. Het is grappig dat ik dit eigenlijk al jaren weet. Tot mijn verrassing las ik in één van mijn brieven uit 1991 het volgende: “Uiteindelijk is ons hart de plek waarin ik God maar ook mijn medemens ontmoet. Als daar rust en ruimte is, kan ik meer openstaan voor dat wat er op mij weg komt.”

Terwijl ik mijn eigen woorden lees besef ik dat ik hiermee eigenlijk beschrijf dat gebed en vooral het stil-zijn voor God het creëren van een liminele ruimte is. Even een moment waarbij ik dat wat ik weet probeer los te laten en niet van alles buiten mijzelf probeer te zoeken maar mijn handen en mijn hart vrijmaak om het nog niet bekende te ontvangen. Met mijn ogen dicht ga ik dingen zien die tot dan onzichtbaar waren en met mijn handen open mag ik oefenen in het ontvangen. Een dagelijkse portie stilte en even een moment helemaal niets helpt mij om werkelijk te ont-moeten! En soms mag ik ervaren dat ik na een kwartiertje stilte met andere ogen naar de werkelijkheid kijk. Wat een ont-dekking! Heerlijk om te zijn in de ruimte tussen hoe het is en hoe het zijn zal. 

"De ware ontdekkingsreis is niet het zoeken van nieuwe vergezichten, maar het kijken met andere ogen.” (Marcel Proust)

 

 

Lees verder

Bewaar en koester het mooie en het goede! 

03-01-2018

Je hebt zo van die dagen waarbij het verleden ineens weer bijzonder actueel is. Met name zo rond de jaarwisseling heb ik de neiging om terug te kijken en te evalueren. Meestal is het een soort inventarisatie van het jaar dat voorbij is. Maar afgelopen maandag was het niet terugkijken op 2017 maar werd ik door omstandigheden uitgenodigd om over een veel langere periode terug te blikken. Het was 1 januari en mijn echtgenote Riemke en ik brachten een bezoek aan onze goede vriend Louis. Wij waren met Oud en Nieuw bij onze dochter en schoonzoon in het midden van het land en vandaar uit gingen wij op Nieuwjaarsdag even op visite bij deze oude vriend. Louis kennen we al ruim 26 jaren. Hij woont alleen in zijn appartement in Den Bosch. Vroeger kwam hij regelmatig richting Fryslan maar de laatste jaren ontvangt hij liever bezoek dan dat hij zelf op reis gaat. 

Bij aankomst staat er een schoenendoos op tafel. Een schoenendoos die gevuld is met brieven en ansichtkaarten. Het blijkt de verzameling brieven te zijn die wij in de afgelopen jaren naar hem gestuurd hebben. Dit had ik kunnen verwachten want onlangs had hij mij tijdens een telefoongesprek al gevraagd wat hij met onze brieven en kaarten moest doen. 

“Zal ik ze weggooien of aan jou teruggeven?”  Over het antwoord hoefde ik toen niet lang na te denken. “Geef ze maar aan mij terug.” Ooit had hij mij toegezegd dat ze naar mij teruggestuurd zouden worden op het moment dat hij zou overlijden. Dat ik ze nu al bij leven in ontvangst mag nemen had ik niet verwacht. 

Even later zit ik in een stoel met de geopende schoenendoos op mijn schoot. De brieven en de kaarten zitten ordelijk in de doos, de brieven zijn zelfs genummerd. Ooit was Louis administratief medewerker. Nieuwsgierig pak ik nummer één en ondanks dat ik nauwelijks meer schrijf herken ik nog steeds mijn eigen handschrift. Op de envelop staat geschreven: 

Aan broeder Louis p/a Abdij Sion Diepenveen. 

Ontroert haal ik mijn eerste brief aan hem uit de envelop. Boven in de rechterhoek staat de datum: 23 maart 1991. Terwijl mijn ogen vluchtig langs de geschreven letters gaan komen de herinneringen aan mijn eerste ontmoeting met Louis terug. 

Het is maandag 19 maart 1991 en ik sta op het punt om naar huis te gaan. Een lang weekend ben ik te gast geweest in het klooster te Diepenveen. Ik heb genoten van de stilte van de Abdij en heb uren gewandeld in de Sallandse bossen en landerijen. Ik ben 27 jaar, gehuwd, vader van twee kinderen en ben bezig met de afronding van mijn studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Vijverberg te Ede. Tijdens dit weekend had ik in de ommuurde kloostertuin kort gesproken met een vriendelijke man van een jaar of vijftig. Ik dacht dat hij een gast was maar hij bleek een bewoner van het klooster te zijn. Ik had in eerste instantie niet door dat hij ook een monnik was, hij had namelijk geen habijt aan. Hij woonde sinds een paar maanden in Sion en was serieus aan het onderzoeken of een monastiek leven iets voor hem zou zijn. 

Terwijl ik met mijn weekendtas in de hand op het punt sta om door de poort naar buiten te gaan spreekt deze man mij opnieuw aan. Hij glimlacht en kijkt mij aandachtig aan en zegt dan tegen mij dat het belangrijk is om het mooie dat in mij is te bewaren en te koesteren. Verbaasd en geraakt door zo’n onverwachte opmerking kijk ik hem aan. Ik moet het mooie dat in mij is bewaren en koesteren… Okay dan….Vijf minuten later loop ik langs de lange beukenlaan van de Abdij naar de bushalte en zijn bijzondere woorden echoën nog een tijd lang na in mijn hoofd voordat ze landen in mijn hart. “Ik moet het mooie dat in mij is bewaren en koesteren.”  Het verrast mij dat een compleet onbekende zoiets tegen mij zegt. En wat me eigenlijk nog meer bezighoudt is de vraag: “wat heeft hij gezien in mij wat dan zo mooi is?”  

Terwijl ik mijn eerste brief aan Louis weer netjes opvouw en in de envelop stop vraag ik me af wat ik in de afgelopen jaren met zijn aanbeveling gedaan heb. Heb ik het mooie en het goede bewaard en gekoesterd? Ik ben in ieder geval heel blij dat hij deze brieven bewaard heeft en ik koester ze nu als een waardevolle schat. Thuisgekomen zoek ik direct zijn brieven aan mij erbij op. Ook ik heb zijn deel van onze correspondentie zorgvuldig bewaard. Ze zitten namelijk allemaal in een grote blikken trommel. Niet genummerd en op datum maar wel allemaal op één plek. Ik ben namelijk een echte verzamelaar maar administratie is niet mijn sterkste punt. Ik zal de komende tijd gebruiken om bepaalde zaken wat op orde te brengen. 

Best wel spannend eigenlijk om je eigen brieven van ruim 25 jaar geleden opnieuw te lezen. Hoe stond ik toen in het leven? Welke vragen en thema’s waren belangrijk? Welke verwachtingen en verlangens had ik toen? Hoeveel is hier vanuit gekomen? Terwijl ik deze vragen opschrijf herinner ik mij een citaat uit een boek van Henri Nouwen. Het boek “Open uw hart” was één van de eerste spirituele boeken dat mij als jongeman enorm aansprak. Hij schrijft in de inleiding van dit boek:

Als ik mezelf, na vele jaren van volwassenheid, afvraag: waar sta ik als christen?, dan heb ik net zoveel reden om pessimist te zijn als optimist. Veel van datgene waarmee ik twintig jaar geleden oprecht worstelde, leeft nog even sterk. Nog zoek ik voortdurend naar innerlijke vrede, naar creatieve relaties met anderen, naar het ervaren van God - en niemand, ook ikzelf niet, kan op de een of andere manier te weten komen of de kleine psychologische veranderingen, die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan, van mij nu een meer of een minder spiritueel mens hebben gemaakt. 

Ik herinner me nog dat ik dat destijds best een beetje vreemd vond. Want als je als volwassen man zo bewust met je geloof bezig bent dan zul je toch zeker vooruitgang boeken? Bovendien stond Henri Nouwen bekend als een invloedrijk schrijver en een man van geloof. Ik besef nu hoe gelijk hij had en hoe kwetsbaar hij durfde te zijn door dit op te schrijven in de inleiding van een boek over geestelijke groei! Het zijn mijn woorden en vragen op dit moment. 

Ik stop de brief terug in de schoenendoos, bij al die andere brieven en ansichtkaarten. Ik ben benieuwd naar de inhoud hiervan. Ik ben nieuwsgierig en voel me tegelijkertijd wat onzeker over wat ik in de komende tijd te lezen krijg. Wel ben ik na het lezen van de eerste brief verwonderd over de openheid en kwetsbaarheid van deze 27 jarige man. De andere brieven zal ik zeker lezen, ik merk dat ik wel een zwak voor hem heb, deze gevoelige en serieuze jongeman… En ik hoop toch echt dat hij het mooie en het goede dat in hem was bewaard en gekoesterd heeft.

Lees verder

In een ogenblik zie je de ander

31-12-2017

Gisteren heb ik samen met een goede vriend een bezoek gebracht aan Kampen. Het is een goede gewoonte geworden om op de grens van het oude jaar een dag samen iets te doen. Vandaag dus een bezoek aan het stadje Kampen. Deze bij uitstek Protestantse Hanzestad aan de IJssel herbergt namelijk een bijzonder museum. Grenzend aan de Hervormde Broederkerk kun je in een bescheiden museum een collectie Ikonen bewonderen. Vanuit druilerige en kleurloze straten stappen we ineens in een mysterieus Oosters Orthodoxe wereld vol met kleurrijke beelden. De intense kleuren van de Ikonen zijn hartverwarmend tijdens deze sombere grijze dagen. Het is 30 december en dit jaar lijkt al haar kleur verbruikt te hebben.

Op de vele houten panelen staan allerlei situaties afgebeeld. Levensverhalen van gelovigen, verhalen die vertellen hoe God op bijzondere wijze werkt in het leven van mensen. Ergens lijken het een soort stripverhalen uit een andere tijd en tegelijkertijd is het een ontroerend mooie verbeelding van een niet aardse realiteit. 

Ik heb een wat ambivalente relatie met Ikonen. Aan de ene kant vind ik ze mooi en bijzonder en aan de andere kant vind ik ze vreemd en soms zelfs ronduit kitscherig. Ik besef dat ik met deze laatste uitspraak waarschijnlijk bepaalde mensen kwets. Laat ik me daarom vooral richten op het mooie en bijzondere. Ikonen worden ‘vensters op de eeuwigheid’ genoemd. De afbeeldingen van Jezus, Zijn moeder Maria, van de Apostelen en bijzondere heiligen geven als het ware een doorkijkje op een andere werkelijkheid. Ik kijk naar het rood, oranje en goud en voel warmte en licht mijn wereld binnenstromen.  

Ik heb begrepen dat het bij Ikonen niet zozeer gaat om het object op zichzelf maar om de persoon die weergegeven wordt op de Ikoon. Het voorwerp wordt niet aanbeden maar de afgebeelde persoon wordt vereerd! Het lijkt wellicht vreemd als een gelovige tijdens een Orthodoxe dienst een Ikoon kust. Maar wie heeft nog nooit een kus gegeven op een foto van een geliefde? Met name als deze afbeelding op dat moment de brug is tussen jou en de ander.

Een foto, een afbeelding maakt zichtbaar wat op een bepaald moment niet zichtbaar lijkt te zijn. We hebben het nodig om het onzichtbare zichtbaar te maken. Tijdens de Kerstdagen hebben we stil gestaan bij de geboorte van Jezus Christus. De onzichtbare God laat Zichzelf zien in Zijn zoon Jezus. Beeld van God de onzichtbare is Hij!

Thuis gekomen steek een kaarsje aan voor de Ikoon van Jezus Christus. Een Ikoon die ikzelf jaren geleden geschilderd heb. In de stilte van de avond kijk ik naar Hem en Hij ziet naar mij. Onze ogen raken elkaar in een stille dialoog. Zie je, Ik zie je! 

Afgelopen mei was ik met een groep mannen op het Griekse eiland Kreta. Tijdens een weekend van de 4e Musketier deden we een bijzondere oefening. We werden uitgenodigd om gedurende 4 minuten de man tegenover ons in de ogen te kijken. Alleen maar kijken, niet reageren, niet spreken maar slechts onbevangen de ander aanschouwen. 4 minuten zijn niet extreem lang maar deze 4 minuten waren wel bijzonder diep. Net als bij een Ikoon werd er iets zichtbaar van wat anders vaak onzichtbaar blijft. In één ogenblik zie je de ander en word je werkelijk gezien. Dit alles dankzij onze ogen, de vensters van onze ziel. Het is bijzonder en ontroerend om te ontdekken hoeveel er zichtbaar wordt als je onbevangen en zonder oordeel waarneemt. 

Ikonen laten iets zien van een werkelijkheid die niet zichtbaar is. De afbeeldingen op de Ikonen zijn niet realistisch. De afgebeelde mensen zien er niet echt uit en zijn soms zelfs een soort karikatuur. Toch verwijzen ze naar een andere diepere en rijkere werkelijkheid. Wij zijn allemaal gecreëerd naar Gods beeld en gelijkenis. Zijn we daarmee perfect en volmaakt? Nee dat niet, want maar al te vaak ben ik een soort karikatuur. En toch zijn we geroepen om Ikonen van Christus te zijn. Dat als de ander mij ziet dat hij of zij iets ziet van Christus in mij. 

Ik hoop echt dat mensen in het afgelopen jaar in mij iets gezien hebben van Jezus. Voor 2018 is het mijn verlangen dat wij voortdurend beseffen dat andere mensen een Ikoon van Christus zijn. Hartverwarmend, soms confronterend, soms verhuld en heel vaak een soort karikatuur maar toch Ikonen, vensters, doorkijkjes op een andere prachtige werkelijkheid. 

Ik hoop je te zien in 2018. Een goed en gezegend 2018 toegewenst!

Lees verder

Lege handen kunnen veel ontvangen!

27-12-2017

Onlangs las ik een blog waarin de schrijver verzuchtte dat er zo weinig geschreven wordt over hoe je als man je weg vindt in en door de zogenaamde midlife crisis. Ergens herken ik dit wel en ik voel mij in ieder geval uitgedaagd om hier iets over te schrijven. 

Zelf ben ik inmiddels de leeftijd van de midlife crisis voorbij, althans dat vermoed ik wel. Volgens mij ben ik inmiddels gearriveerd in het landschap van de tweede levenshelft. Een landschap dat soms lijkt op een mooie zwoele zomeravond of op een kraakheldere namiddag in de winter. Waarbij de spanning van wat de dag gaat brengen en de druk dat er van alles moet gebeuren op een mooie manier is verminderd. Ook zijn er momenten dat het meer het karakter heeft van een troosteloze mistige dag waarbij de zon ergens anders lijkt te overwinteren. Maar hoe dan ook op de tweede helft van de middag kijk ik vaak met een mengeling van weemoed en dankbaarheid terug op wat de ochtend en de middag gebracht hebben. Ergens bekruipt mij het gevoel dat de dag voorbij is maar tegelijkertijd weet ik dat er nog vele uren komen! Bovendien is tijd een wonderlijk fenomeen. Soms lijkt het niet voorbij te gaan en soms is het zo vluchtig als water. 

De midlife crisis wordt ook wel de “crisis van de beperkingen” genoemd. Deze crisis lijkt in mijn leven voorbij te zijn en er is nu een periode van acceptatie en aanvaarding aangebroken. Ik weet zo’n beetje wie ik ben, wat ik kan en vooral wat ik niet kan en wie ik echt niet meer kan en wil zijn. Ooit las ik dat mensen boven de vijftig over het algemeen op twee manieren reageren. Er is een groep die stiekem al een beetje de boel aan het opruimen is en eigenlijk al wat afscheid neemt van het leven en er is een groep die een geheel nieuwe weg inslaat en nieuwe dromen durft te dromen en nieuwe wegen gaat bewandelen. Ik hoop toch werkelijk dat ik bij deze laatste groep hoor.

Natuurlijk is het goed om bepaalde zaken op te ruimen en te los te laten. Het is heerlijk om bepaalde ambities te verliezen, laat een nieuwe generatie zich hier maar op stukbijten. Ik draag ze met liefde over en laat ze met vreugde los. Tegelijkertijd besef ik dat ik een tijd lang geleefd heb met de overtuigingen van de eerste groep. “Zorg ervoor dat je verschillende zaken voor je vijftigste bereikt hebt want anders hoeft het niet meer.” Een tijdlang was dit voor mij een soort sombere overtuiging. Vorig jaar heb ik mijn vader ingehaald qua leef-tijd en nog een paar jaar en ik zal ook ouder zijn dan mijn moeder ooit geweest is. Hun vroegtijdige vertrek uit de wereld heeft mijn visie op mijn eigen levensreis behoorlijk beïnvloed.

Op dit moment zit ik voor mijn gevoel in een soort tussenfase. Een lege ruimte, een open landschap. Bepaalde dromen, verwachtingen, verplichtingen heb ik losgelaten en op dit moment weet ik nog niet wat er gaat komen. Ik sta letterlijk met lege handen en wat is dat mooi! Want lege handen kunnen veel ontvangen en alleen een open hand kun je geven. In de afgelopen jaren ben ik heel wat overtuigingen kwijt geraakt. Zekerheden over God, mijzelf en die mooie wereld om ons heen. Soms mis ik ze, die krachtige zekerheden, zo had ik een Godsbeeld dat stond als een huis. De laatste tijd ben ik soms vergeten hoe dat huis er uitzag. Het mooie is wel dat ik er nu meer dan ooit in woon. Ik weet niet meer zoveel over God maar voel me meer dan ooit thuis bij Hem. 

Deze tussentijd noemt men de liminele fase. Toch mooi dat zo’n verwarrende periode zo’n sjieke naam heeft. Een tijd waarin je het vertrouwde oude hebt losgelaten en waarbij het nieuwe nog onbekend is. Een fase die we over het algemeen niet echt waarderen terwijl er met een beetje geduld zoveel in te ontdekken is. Het liefst gaan we er zo snel mogelijk doorheen. Toch is het goed om er een tijdje in te verblijven. Het lijkt een beetje op wandelen in de mist. Een tijd geleden wandelende ik eens buitendijks op het wad. Ik had de dijk en het vaste land achter me gelaten en liep in de richting van de zee. De zee was niet te zien, ze was verborgen in het wit van de mist. Op een bepaald moment stond ik even stil, moe van het ploeteren door de zuigende blubber. Terwijl ik even op adem kom keek ik achterom. Alle vertrouwde contouren van het vaste land waren in nevelen gehuld. Ik bevond mij letterlijk in een grensgebied tussen land en zee, in een lege ruimte gevuld met licht en lucht. Even voelde ik paniek en onrust in mijzelf, mijn zintuigen raakten van slag door het “niets” dat overal aanwezig leek te zijn. Maar doordat ik niets meer zag en niks meer hoorde kon ik ineens heel dicht bij mijzelf blijven. Een tijdlang heb ik daar gestaan in een ogenschijnlijk leeg landschap en kon daar gewoon even “zijn”. 

Terwijl ik daar in dit niemandsland stond “te zijn” ontdekte ik ineens een ruimte in mijzelf en ik besefte dat ik hier niet alleen was. Het is de ruimte waarin God Zelf voortdurend liefdevol fluistert: “Ik hou van je, blijf hier nog even en vind rust.” Een intens moment waarin de aanwezigheid van God in ons leven geen theologisch concept is, geen droge theorie maar een levende realiteit. Ongelofelijk dichtbij. Met mijn haren nat van de mist en mijn wangen rood van de koude nevel stond ik daar en Zijn realiteit raakte mij aan. In deze mist sta ik met open handen, in deze mist reikt Jezus mij zijn uitgestoken hand toe en zegt: “kom en wandel met mij!”  Hij neemt mij bij de hand en nodigt mij uit om met Hem te dansen in de mist! 

Afgelopen kerst hoorde ik tijdens een kerkdienst de prachtige uitspraak: “God danst in het gewone!”  En het is tijdens zulke hele gewone alledaagse momenten dat wij uitgenodigd worden om te wandelen en te dansen en al dansend zal de mist verdwijnen!   

 

Lees verder